Klik hier voor de oorspronkelijke, Engelstalige boodschap. Vertaald door Polyvagaal Instituut Nederland.
De afgelopen weken hebben veel mensen vragen gesteld naar aanleiding van de publicatie en online verspreiding van het artikel van Grossman et al. (2026), dat kritiek levert op de polyvagaaltheorie. Ik waardeer de oprechte betrokkenheid en toewijding aan wetenschappelijke zuiverheid.
Als grondlegger van de theorie heb ik duidelijk aangegeven welke beweringen die aan de polyvagaaltheorie worden toegeschreven onjuist zijn, en heb ik in de wetenschappelijke literatuur beschreven wat de theorie wel en niet stelt. Wanneer zulke documentatie beschikbaar is, verandert het karakter van de discussie. Niet langer staat de interpretatie centraal, maar de vraag of de theorie correct wordt weergegeven.
Het is ook belangrijk om rollen te onderscheiden. Mijn verantwoordelijkheid als wetenschapper is om de theorie nauwkeurig te formuleren, de grenzen ervan te specificeren en te reageren op kritiek binnen het wetenschappelijke debat. De polyvagaaltheorie heeft geen bescherming tegen kritiek nodig; zij vraagt om gedegen evaluatie.
Het Polyvagal Institute heeft als publieksgerichte organisatie een verwante verantwoordelijkheid: toegang bieden tot accurate representaties van de polyvagaaltheorie en ervoor zorgen dat onderwijsmateriaal de beschreven grondslagen weerspiegelt. Hoewel dit werk door vele medewerkers wordt uitgevoerd, ligt de organisatorische verantwoordelijkheid voor de educatienormen en publieke communicatie van PVI bij het bestuur en de uitvoerende leiding — onder aanvoering van George Thompson, MD, voorzitter van de raad van bestuur, en Randall Redfield, uitvoerend directeur.
Voor leden van deze gemeenschap is er geen noodzaak om de polyvagaaltheorie via argumentatie te verdedigen. Een principiële reactie op kritiek is eenvoudig: vraag de criticus aan te geven waar, in de primaire literatuur, de theorie precies de bewering doet die eraan wordt toegeschreven. Wanneer de discussie terugkeert naar gedocumenteerde stellingen, vervangt helderheid verwarring en kan het wetenschappelijke debat productief verlopen.
De polyvagaaltheorie vraagt niet om geloof. Zij nodigt uit tot gedegen onderzoek, zorgvuldig lezen en voortdurende empirische evaluatie. Zij blijft zich ontwikkelen door verduidelijking, toetsing en verantwoorde toepassing. Ik blijf toegewijd aan dat proces en aan het ondersteunen van deze gemeenschap bij het bewaken van zowel de wetenschappelijke integriteit als een collegiale respectvolle omgang in de lopende discussies.
Wetenschappelijke kritiek is essentieel voor vooruitgang. Ik verwelkom de publicatie van het artikel van Grossman et al. (2026), omdat het binnen één wetenschappelijk forum samenbrengt wat redelijkerwijs kan worden omschreven als een erfenis van kritiek — de Grossman-kritieken — die in uiteenlopende vormen gedurende bijna twee decennia zijn verschenen: via commentaar op conferenties, secundaire interpretaties, eerdere publicaties en, meer recentelijk, wijdverspreide verspreiding via ongefilterde sociale mediaplatforms. Het samenvoegen van deze perspectieven in één peer-reviewed publicatie schept een passende gelegenheid voor een systematische en transparante wetenschappelijke reactie.
Mijn weerlegging, gepubliceerd in Clinical Neuropsychiatry gelijktijdig met het artikel van Grossman et al. (2026) in hetzelfde nummer, was bewust zo opgebouwd dat lezers de sterke punten van de kritiek en de reactie rechtstreeks kunnen beoordelen binnen een gedeelde wetenschappelijke context. De weerlegging beoordeelt of de kritiek de polyvagaaltheorie benadert zoals deze is geformuleerd in de peer-reviewed literatuur, en of zij voldoet aan de kwaliteitsnormen die vereist zijn voor wetenschappelijke weerlegging. De analyse toont aan dat de voornaamste bezwaren niet gericht zijn op de theorie zoals zij is geformuleerd, maar op een gereconstrueerde versie daarvan. Op methodologisch, neurofysiologisch, evolutionair, ontwikkelingspsychologisch en translatiegericht vlak laat de weerlegging zien hoe conceptuele verwarringen — waaronder het gelijkstellen van anatomische beschrijving en functionele organisatie, en het reduceren van de theorie tot kwesties van voorkeur voor een meetmethode — leiden tot conclusies die de gestelde proposities van de theorie niet weerleggen.
De volledige weerlegging, gepubliceerd in Clinical Neuropsychiatry, is hier te raadplegen:
https://www.clinicalneuropsychiatry.org/download/when-a-critique-becomes-untenable-a-scholarly-response-to-grossman-et-al-s-evaluation-of-polyvagal-theory/
De weerlegging bevat ook een appendix waarin de historie van kritieken wordt gedocumenteerd en specifieke gevallen worden benoemd waarin ik eerder toegeschreven beweringen heb verduidelijkt of gecorrigeerd in peer-reviewed publicaties. Die correcties zijn opgenomen in het wetenschappelijke register. Deze correcties werden echter nadien niet erkend of opgenomen in latere kritieken. Als gevolg hiervan herhaalt het artikel uit 2026 beweringen die al eerder in de literatuur zijn behandeld. De huidige kritiek berust derhalve gedeeltelijk op beweringen die eerder zijn geïdentificeerd en beschreven als onjuiste weergaven van de polyvagaaltheorie, maar die in latere kritieken niet zijn opgepakt of herzien.
Het doel van het documenteren van deze geschiedenis is methodologisch van aard, niet retorisch. Het wetenschappelijk discours veronderstelt wederkerigheid: wanneer verduidelijkingen of correcties worden gepubliceerd, gaat latere kritiek direct in op die verduidelijkingen. Wanneer dat niet gebeurt, verschuift de discussie van onopgeloste empirische meningsverschillen naar de vraag of de theorie accuraat wordt weergegeven. Op dat punt kan de discussie afdrijven van de beschreven beweringen naar kwesties van overtuiging in plaats van wetenschappelijke evaluatie.
Voor lezers die een gedetailleerde documentatie willen van onjuiste weergaven in verband met de Grossman-kritieken erfenis, is via het Polyvagal Institute een gestructureerde analyse beschikbaar op: https://www.polyvagalinstitute.org/criticaldiscussionofpolyvagaltheory. Deze bron biedt specifieke, onderbouwde verduidelijking van de toegeschreven beweringen in relatie tot de primaire literatuur.
De wetenschap is verdraagzaam tegenover misverstanden; verduidelijking bevordert kennis. Toen Grossman en Taylor (2007) hun kritiek publiceerden, heb ik direct gereageerd in dat speciale nummer, waarbij ik stelde dat “meerdere uitspraken … geen accurate weergaven zijn van de polyvagaaltheorie”. Twee voorbeelden ter illustratie. Ten eerste stelden zij het fylogenetische model uit het artikel van 1995 voor op een wijze die niet strookt met de oorspronkelijke formulering. Ten tweede werd de polyvagaaltheorie gekarakteriseerd als zou zij cardiorespiratorische koppeling beperken tot zoogdieren. Zoals verduidelijkt in mijn commentaar stelt de theorie dat niet; zij specificeert dat respiratoire sinusaritmie (RSA), zoals gedefinieerd binnen de theorie, een uniek zoogdiergebonden baan weerspiegelt waarbij gemyeliniseerde vagale vezels vanuit de nucleus ambiguus betrokken zijn. Dit sluit andere vormen van cardiorespiratoire interactie via andere vagale banen bij niet-zoogdierachtigen niet uit. Deze verduidelijkingen zijn expliciet opgenomen in de peer-reviewed wetenschappelijke literatuur.
Een fundamenteel artikel dat de kernaspecten van de polyvagaaltheorie specificeert, is inmiddels voltooid en zal in de komende maanden worden gepubliceerd. Dat artikel consolideert de fundamentele proposities van de theorie, omschrijft expliciet het analyseniveau als een systeemgericht, specifieke zenuwbanen onderscheidend kader voor autonome toestandsregulatie, onderscheidt anatomische beschrijving van functionele organisatie, en formuleert grensvoorwaarden en falsifieerbaarheidscriteria. Het doel hiervan is te waarborgen dat toekomstige evaluatie de theorie benadert op het niveau waarop zij is geformuleerd.
Dank voor de wetenschappelijke inzet, klinische toewijding en het voortdurende streven naar precisie en integriteit in de studie van autonome regulatie.
Met waardering,
Stephen W. Porges, PhD
Distinguished University Scientist Founding Director, Traumatic Stress Research Consortium Kinsey Institute, Indiana University Bloomington
Adjunct Professor of Psychiatry University of North Carolina at Chapel Hill
Courtesy Professor, Department of Psychiatry, University of Florida College of Medicine in Jacksonville
Emeritus Professor of Human Development University of Maryland, College Park
Emeritus Professor of Psychiatry University of Illinois College of Medicine, Chicago
Referenties
Grossman, P., & Taylor, E. W. (2007). Toward understanding respiratory sinus arrhythmia: Relations to cardiac vagal tone, evolution and biobehavioral functions. Biological Psychology, 74(2), 263–285. https://doi.org/10.1016/j.biopsycho.2005.11.014
Porges, S. W. (2007). A phylogenetic journey through the vague and ambiguous Xth cranial nerve: A commentary on contemporary heart rate variability research. Biological Psychology, 74(2), 301–307. https://doi.org/10.1016/j.biopsycho.2006.08.007

