Een theorie die de mensen niet bereikt, verandert niets. De polyvagaaltheorie (PVT) heeft in dertig jaar een wereldwijd publiek bereikt en een vraag die ons al een tijdje bezighoudt, is wat die mensen eraan gehad hebben, zowel in de positieve als negatieve zin. Als bestuur van het Polyvagaal Instituut Nederland willen we hier zicht op krijgen. Vandaar dat we je vragen om onderaan dit artikel je ervaringen te delen of ons te mailen.
In het debat rond de PVT klinkt de laatste tijd regelmatig de suggestie dat polyvagaal geïnformeerd werken onethisch of zelfs schadelijk zou zijn. Kwalificaties die beslist niet passen bij onze ervaringen, maar die we niet zonder meer naast ons neer willen leggen. Er is immers een kans dat er iets van waar is en deze suggesties – die werden gedaan zonder verdere onderbouwing met cliëntverhalen – roepen, behalve irritatie, ook nieuwsgierigheid op.
Onder dit artikel willen we daarom ervaringen verzamelen. Van cliënten, therapeuten en andere professionals of andere geïnteresseerden. We doen dat enerzijds om de waarde van de polyvagaaltheorie voor de klinische praktijk te illustreren met voorbeelden en anderzijds om casussen (“gevallen”) waarbij mogelijk schade door de polyvagaaltheorie is ontstaan te verzamelen. Op deze manier anekdotisch bewijs verzamelen is, voor zover we weten, nog niet eerder gedaan, dus dat maakt onze oproep des te relevanter.
Omdat beslissingen over wat professionals wel of niet mogen gebruiken op feiten moeten steunen en niet op ongefundeerde claims, en omdat de klinische waarde van de PVT te groot is om haar aan een oneerlijk debat te verliezen.
Taal voor wat geen naam had
Een van de meest gehoorde reacties van mensen die voor het eerst kennismaken met de PVT is een variant op hetzelfde thema: “Eindelijk begrijp ik waarom ik doe wat ik doe.” Het verhaal van de werking van het autonome zenuwstelsel is meer dan een cognitieve verklaring; het geeft erkenning en voelt vaak als een opluchting. Ontschuldigend is een woord dat hierbij past.
Mensen die jarenlang dachten dat ze “zwak” waren omdat ze bevroren in stressvolle situaties, leren dat bevriezen geen karakterfout is, maar een biologische overlevingsreactie, ouder dan taal en ouder dan het menselijk bewustzijn. Mensen die zichzelf beschrijven met woorden als “altijd aan staan” herkennen de sympathische activatie als iets wat hun zenuwstelsel heeft geleerd, niet als iets wat ze zijn. De verschuiving van oordeel en vaak ook zelfveroordeling en schaamte naar begrip is voor veel mensen het begin van herstel (Porges, 2011).
Een cliënte die werkte met oefeningen van Deb Dana, beschreef het zo: “Het was een eyeopener om te begrijpen waarom mijn zenuwstelsel reageert zoals het reageert. Ik zat constant in een toestand van activatie en voelde me aan het einde van de dag leeg. Toen ik begreep waar ik op de ladder stond (de ladder is een hulpmiddel, ontwikkeld door Dana om de PVT uit te leggen aan cliënten), begon ik anders met mezelf om te gaan. Mijn brein catastrofeerde (= negatief ‘omdenken’) ineens veel minder.” (Muller & Vu, 2022)
In de behandelkamer
Voor therapeuten die werken met trauma heeft de PVT iets wezenlijks veranderd: de focus is verschoven van het verhaal van de woorden naar de fysiologie, oftewel het verhaal dat het lichaam vertelt. Van “wat is er gebeurd” naar “wat doet het lichaam nu”. Dat is geen kleine verandering.
Polyvagaal geïnformeerde behandelaars leren bewuster te ‘werken’ met signalen van gevaar en veiligheid; in de behandelruimte en in de manier waarop ze contact maken, bijvoorbeeld met hun lichaamshouding en hun stem. De therapeutische relatie hangt dan veel minder af van de woorden, maar wordt een fysiologisch co-regulatieproces (Porges & Dana, 2018). Eerste onderzoeken suggereren dat de kwaliteit van de therapeutische band samenhangt met autonome regulatie bij cliënten, en dat hartslagvariabiliteit iets zegt over hoe veilig een cliënt de relatie ervaart – en zelfs over de uitkomst van de therapie (Blanck e.a., 2019).
Dat heeft praktische gevolgen. Therapeuten die werken vanuit de PVT letten op prosodie van stem, op oogcontact, op de inrichting van de ruimte. Ze begrijpen waarom een cliënt die “geen contact kan maken” niet onwillig is, maar fysiologisch niet beschikbaar, en stappen niet in de valkuil van meer druk zetten of meer vragen stellen. Ze werken met het zenuwstelsel in plaats van tegen het gedrag.
Kinderen, scholen en vroege ontwikkeling
De PVT heeft ook buiten de therapiekamer ingang gevonden. In het onderwijs, in de kinderzorg, in de neonatologie. Kinderarts Marilyn Sanders en kinderpsychiater George Thompson beschrijven hoe polyvagaal geïnformeerde zorg het verschil kan maken voor kinderen die vroeg trauma of hechtingsproblemen hebben doorgemaakt. Dat deden ze niet door meer gesprekken te houden, maar door ervoor te zorgen dat de kinderen meer veiligheid ervaarden. Sensitieve verzorgers die leren hoe het zenuwstelsel van een kind veiligheid signaleert en verwerkt, kunnen een belangrijke positieve invloed hebben op de ontwikkeling van het kind (Sanders & Thompson, 2022).
In Spanje volgden 585 basisschoolleerlingen een adem- en hartslagvariabiliteitstraining, gebaseerd op polyvagale principes. Na afloop vertoonden de kinderen significant lagere angst- en stressniveaus (Ruiz-Aranda e.a., 2022).
Al deze onderzoeken wijzen consistent in een richting: werken met het zenuwstelsel loont, ook buiten de spreekkamer.
Het Safe and Sound Protocol
Een van de meest praktische toepassingen van de PVT is het Safe and Sound Protocol (SSP), een luisterprogramma met gefilterde muziek dat het auditieve systeem traint om menselijke stemfrequenties als veilig te herkennen en minder afgestemd te raken op lagere tonen (die associëren met roofdieren) en hogere tonen (die associëren met alarmkreten). Het is ontwikkeld door Porges zelf en wordt inmiddels wereldwijd toegepast.
De eerste studies met volwassenen met autisme lieten verbeteringen zien in sociale responsiviteit, met name op het gebied van sociaal bewustzijn (Kawai e.a., 2023). Het gaat vooralsnog om pilotstudies met kleine groepen. Grotere, gecontroleerde studies zijn nodig. Mensen met angstklachten, ADHD en trauma rapporteren in de praktijk verminderde sensorische overgevoeligheid, meer emotionele regulatie en een vergroot vermogen tot contact; ervaringen die als illustratief gelden, niet als veelzeggend wetenschappelijk bewijs.
SSP is uiteraard geen wondermiddel. Sommige mensen ervaren de stimulering als te intens, met name bij een te snelle opbouw. Dat onderstreept iets essentieels: ieder instrument vereist deskundig gebruik. En daar ligt volgens mij een mechanisme achter een deel van de kritiek op de PVT: negatieve ervaringen met het SSP doen het goed aan de professionele borreltafel en stralen vervolgens af op de hele polyvagaaltheorie. Een begrijpelijk mechanisme, dat we vaker tegenkomen en waar soms dubbele standaarden worden gehanteerd.
Somatic Experiencing
Een van de andere en meer lichaamsgerichte toepassingen die naadloos aansluit op polyvagale principes is Somatic Experiencing® (SE), ontwikkeld door Peter Levine. (We beperken ons nu even tot SE, maar ook Sensorimotor Psychotherapy mag hier genoemd worden.) Waar de PVT beschrijft hóé het zenuwstelsel reageert op gevaar en veiligheid, biedt SE een methodiek om vastgelopen overlevingsreacties voorzichtig te ontladen. Levine observeerde dat dieren in het wild na een bedreigende situatie letterlijk schudden en trillen; een fysiologische ontlading van de opgebouwde mobilisatie-energie. Bij mensen wordt die ontlading vaak geblokkeerd. SE werkt met precies die blokkade: niet door het trauma opnieuw te beleven, maar door het zenuwstelsel langzaam te begeleiden naar voltooiing van een onderbroken reactie (Levine, 1997).
Wat SE en de PVT verbindt, is een gedeeld uitgangspunt: het lichaam is niet het probleem, maar de weg naar herstel. SE-therapeuten werken met wat Eugene Gendlin, grondlegger van focusing, de “felt sense” noemde, een concept dat Levine overnam en centraal stelde in zijn methode. Je zou kunnen zeggen dat felt sense de subtiele, lichamelijke gewaarwording is die voorafgaat aan emoties en gedachten (Gendlin, 1978). Door daar aandacht aan te geven, in een tempo dat het zenuwstelsel aankan, ontstaat ruimte voor regulatie die je met praten alleen niet bereikt. Cliënten beschrijven na SE-sessies vaak een gevoel van ontspanning dat ze lang niet meer hebben gekend; als iets wat het lichaam zelf deed zodra het de ruimte en veiligheid voelde om dat te doen.
Vanuit polyvagaal perspectief is dat niet toevallig. SE werkt het meest effectief wanneer de cliënt voldoende ventrale vagale tonus heeft om de ervaring te verdragen; de zone waarbinnen activatie draaglijk blijft en integratie mogelijk wordt (Dana, 2018); wat Daniel Siegel het ‘window of tolerance’ noemde (Siegel, 1999) en wat Levine op vergelijkbare wijze beschreef. Een zenuwstelsel dat diep in shutdown zit, kan ontlading nog niet aan. De therapeut werkt daarom eerst aan veiligheid en contact, dan aan regulatie en mobilisatie, dan pas aan voltooiing en integratie. Dat is precies de volgorde die de polyvagale hiërarchie voorspelt: ventrale regulatie als voorwaarde voor alles wat daarna komt.
SE en PVT beschrijven in wezen hetzelfde landschap: de PVT als kaart, SE als route. Levine en Porges zijn al decennia bevriend en Levine heeft de PVT al vroeg omarmd, want ze gaf hem een verklaring voor wat hij al jaren zag gebeuren bij zijn cliënten. Daaruit kun je afleiden dat Levine geen betere verklaring had dan de PVT, ondanks dat hij als professional en pionier brede kennis van zaken had.
Creativiteit, beweging en de kunstzinnige therapieën
De PVT heeft ook een theoretisch fundament geboden voor vakgebieden die al lang werkten met het lichaam en de zintuigen, maar dat niet altijd goed konden verklaren. Beeldende therapie, psychomotorische therapie, muziektherapie, dans; al deze vormen werken direct in op het autonome zenuwstelsel via sensorische en bewegingservaringen. De PVT biedt daarvoor een neurowetenschappelijke verklaringstaal.
Onderzoekers van de HAN University of Applied Sciences in Nijmegen beschrijven hoe polyvagale principes (aandacht voor fysieke en sensorische ervaring, co-regulatie, werken vanuit veiligheid) naadloos aansluiten op wat kunstzinnige en psychomotorische therapeuten al deden. De theorie geeft hun werk academische taal en vergroot tegelijk het inzicht in wáárom bepaalde interventies werken (Haeyen, 2024).
Wat de PVT geeft dat cognitieve modellen niet geven
Mensen die – soms jarenlang – in cognitieve therapie hebben gezeten en “weten” dat hun angst irrationeel is, maar haar toch blijven voelen, herkennen vaak iets belangrijks in de polyvagaaltheorie: denken alleen verandert je fysiologie niet afdoende in de richting van veiligheid. Je kunt jezelf niet uit een toestand van shutdown redeneren. Je kunt een vluchtreactie niet wegargumenteren. Het zenuwstelsel werkt op een niveau waar woorden niet komen en vraagt daarom een andere benadering.
Porges heeft dat treffend samengevat als een herformulering van Descartes: niet “ik denk, dus ik besta”, maar “ik voel mezelf, dus ik besta” (Porges, 2022). Het klinkt filosofisch, maar het raakt aan iets wat veel mensen in therapie missen: erkenning dat het lichaam niet de vijand is, maar de gids. Dat de reacties die hen in de weg zitten geen zwakheden zijn, maar littekens van iets wat hen ooit heeft geholpen te overleven. En dan is er nog iets wat veel mensen herkennen: het gevoel zichzelf niet echt te voelen, alsof ze van een afstand naar hun eigen leven kijken. Vanuit de PVT is dat een verklaarbaar verschijnsel: een zenuwstelsel dat zichzelf heeft afgesloten om te overleven.
Dit reframe – van pathologie naar adaptatie (= van stoornis naar aanpassing) – is voor veel cliënten en therapeuten de kern van wat de PVT geeft. Niet een diagnose, maar een verhaal dat herkend wordt en waarmee gewerkt kan worden.
Deel je verhaal
We willen graag meer verhalen horen. Van cliënten die over de polyvagaaltheorie gelezen hebben of ervan hoorden van hun therapeut of psycholoog. Wat herkende je, wat heeft het je geleerd, heeft het iets bij of voor je veranderd?
Van therapeuten en coaches of andere professionals die de PVT hebben geïntegreerd in hun werk en zien wat het doet. Van leerkrachten, ouders, zorgverleners. Wat heeft de PVT voor jou betekend?
Stuur ons je ervaringen via de comments hieronder of e-mail ons op info@polyvagaalinstituut.nl.
We lezen alles en reageren ook.
Het is voor ons allemaal belangrijke informatie. Niet (of nog niet?) als bewijs in wetenschappelijke zin, maar als levende kennis, die ik ook zal delen met het Polyvagaal Instituut Nederland.
De weg naar evidence-based gaat vaak via practice-based.
Jullie verhalen helpen ons te begrijpen hoe de PVT werkelijk landt in de praktijk, en ze vormen een rijkere basis voor een gesprek dan alleen abstracte debatten over neuroanatomie.
En ook: waar ging het mis?
We zijn ook oprecht nieuwsgierig naar ervaringen waarbij iets niet goed ging. Situaties waarbij iemand denkt: hier heeft het werken vanuit de polyvagaaltheorie schade aangericht. Dat is een serieuze vraag en wij willen haar serieus onderzoeken.
Stuur ons je ervaringen via de comments hieronder of e-mail ons op info@polyvagaalinstituut.nl.
We lezen alles en reageren ook.
Onze werkhypothese – en we noemen het expliciet een hypothese, niet een vooroordeel – is dat wanneer polyvagaal-geïnformeerd werken schade veroorzaakt, de oorzaak niet de theorie zelf is. We vermoeden dat het vaak zal gaan om onvoldoende opgeleide therapeuten die de theorie te simpel toepassen. Of om misrepresentatie van de PVT; te veel populariseren waarbij nuance verloren gaat en mensen met te stellige beweringen worden geconfronteerd. Of om algemene therapeutische onkunde die niets met de PVT te maken heeft en die naast schade aan de cliënt ook schade aan de PVT toebrengt. Stephen Porges zelf heeft beschreven dat de PVT in wellness- en coachingcontexten soms wordt ingezet op manieren die de wetenschappelijke diepgang van de theorie niet weerspiegelen, en dat dat een kwestie is van opleiding en verantwoordelijkheid in de vertaling van de theorie naar de praktijk, niet van de theorie zelf (Porges, 2025).
In al deze gevallen kan schade ontstaan; dat kunnen we ons goed voorstellen. Dat is ernstig en ieder ‘geval’ is er één te veel. Maar misinterpretatie van de theorie en incompetentie van therapeuten kun je de polyvagaaltheorie niet aanrekenen.
Maar onze hypothese is een hypothese. En hypothesen verdienen toetsing. Dus als jij – als cliënt, als therapeut, als supervisor of opleider – situaties kent waarin polyvagaal geïnformeerd werken aantoonbaar bijdroeg aan schade, willen we dat graag horen. Concrete gevallen, gedocumenteerde situaties, klachtenprocedures.
Het is belangrijk om dat te gaan verzamelen, om ervan te leren. Want als die evidentie bestaat, willen we haar kennen. En als ze niet bestaat – dan is dat ook een antwoord op de vraag hoe gevaarlijk de polyvagaaltheorie eigenlijk is. Een antwoord dat ook gehoord mag worden.
Bronnen
Blanck, P., Stoffel, M., Bents, H., Ditzen, B., & Mander, J. (2019). Heart rate variability in individual psychotherapy: Associations with alliance and outcome. Journal of Nervous & Mental Disease, 207(6), 451–458. https://doi.org/10.1097/NMD.0000000000000994
Dana, D. (2018). The polyvagal theory in therapy: Engaging the rhythm of regulation. W.W. Norton & Company.
Gendlin, E.T. (1978). Focusing. Everest House.
Haeyen, S. (2024). A theoretical exploration of polyvagal theory in creative arts and psychomotor therapies for emotion regulation in stress and trauma. Frontiers in Psychology, 15, 1382007. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2024.1382007
Kawai, H., e.a. (2023). Initial outcomes of the Safe and Sound Protocol on patients with adult autism spectrum disorder: Exploratory pilot study. International Journal of Environmental Research and Public Health, 20(6), 4862. https://doi.org/10.3390/ijerph20064862
Levine, P. (1997). Waking the tiger: Healing trauma. North Atlantic Books.
Muller, R.T. & Vu, L.H. (2022). Polyvagal theory: An approach to understanding trauma. Psychology Today, juni 2022. https://www.psychologytoday.com/us/blog/talking-about-trauma/202206/polyvagal-theory-approach-understanding-trauma
Porges, S.W. (2011). The polyvagal theory: Neurophysiological foundations of emotions, attachment, communication, and self-regulation. W.W. Norton & Company.
Porges, S.W. (2022). Polyvagal theory: A science of safety. Frontiers in Integrative Neuroscience, 16, 871227. https://doi.org/10.3389/fnint.2022.871227
Porges, S.W. & Dana, D. (red.) (2018). Clinical applications of the polyvagal theory: The emergence of polyvagal-informed therapies. W.W. Norton & Company.
Porges, S.W. (2025). Polyvagal theory: Current status, clinical applications and future directions. Clinical Neuropsychiatry, 22(3), 169–184. https://doi.org/10.36131/cnfioritieditore20250301
Ruiz-Aranda, D., e.a. (2022). Reducing anxiety and social stress in primary education: A breath-focused heart rate variability biofeedback intervention. International Journal of Environmental Research and Public Health. PMC9407856. https://doi.org/10.3390/ijerph191610181
Sanders, M.R. & Thompson, G.S. (2022). Polyvagal theory and the developing child: Systems of care for strengthening kids, families, and communities. W.W. Norton & Company.
Siegel, D.J. (1999). The developing mind: How relationships and the brain interact to shape who we are. Guilford Press.
Foto: Edwin Hooper on Unsplash

